Leningdeel

Deze pagina bevat informatie over leningdelen:
1. Einddatum additioneel op duur in maanden (per HDN 19)
2. Mate waarin leningdeel fiscaal aftrekbaar is (per HDN 19)

Einddatum additioneel op duur in maanden

Aanleiding van de introductie van einddatum is dat de duur van verstrekte leningen langer kan zijn dan de duur van het recht  op renteaftrek waarop de consument recht heeft  De consument kan dan geen gebruik maken van dit recht op renteaftrek; een situatie welke niet gewenst is.

Er zijn drie redenen te benoemen waardoor leningdelen een langere looptijd hebben dan dat de Belastingdienst toestaat.

1) Ten eerste wordt de duur van het recht op renteaftrek vastgesteld o.b.v. informatie afgegeven door de consument. Echter, de exact resterende duur is bekend bij de belastingdienst. De consument kan onbewust onvolledige informatie verstrekken. Dit risico neemt simpelweg toe wanneer meerdere hypotheken en aanpassingen op die hypotheken in het verleden hebben plaatsgevonden. Gedurende het advies stelt een adviseur de resterende duur op basis van deze informatie vast.

2) Tweede punt is gerelateerd aan het aflosschema. Het aflosschema van leningen die passeren op de 1e van de maand, start niet altijd op diezelfde 1e van de maand. Het Ministerie van Financiën stelt dat aflosschema’s op de 1e van de maand moeten starten wanneer een lening ook op de 1e passeert. (Geen oorzaak is passeren in de loop van een maand. Hierover stelt het Ministerie van Financiën dat het aflosschema de 1e van de maand erna mag starten). De geldverstrekkers stellen de definitieve ingangsdatum van het aflosschema vast.

3) Derde punt is dat een oude hypotheeklening overgaat in een nieuwe hypotheeklening en dat daarbij de ingangsdatum (passeerdatum) is verschoven. Het verschuiven van een ingangsdatum kan bijvoorbeeld voorkomen wanneer het oude huis later wordt verkocht dan eerst was verwacht. Door het verschuiven is de duur in maanden van de nieuwe lening niet meer gelijk aan de duur van het recht op renteaftrek. Dit is niet gewenst en met de introductie van einddatum in leningdeel wordt dit voorkomen.

De ketenafspraak per HDN 19 is dat expliciet aangegeven moet worden wanneer de einddatum van een leningdeel t.o.v. de duur in maanden leidend is bij een hypotheekaanvraag. Mocht de ingangsdatum van de lening dan verschuiven, dan kan de duur in maanden van het leningdeel worden aangepast o.b.v. de opgegeven einddatum. In de HDN Standaard ziet dat er als volgt uit:

  • Leningdeel/DuurInMnd blijft bestaan
  • Leningdeel/EindDtLeningdeel (datatype Datum) wordt toegevoegd met de omschrijving ‘Einddatum van het leningdeel. Wanneer sprake is van aflossing, is deze einddatum gelijk aan de einddatum van het aflosschema.’
  • Leningdeel/VasteEindDtLeningdeelJN (datatype boolean) wordt toegevoegd met de omschrijving ‘Indicator of de einddatum van het leningdeel leidend is t.o.v. de duur in maanden. Indien sprake is van een vaste einddatum van het leningdeel, moet deze indicator met Ja worden ingevuld.’
  • Indien VasteEindDtLeningdeelJN is Ja moet EindDtLeningdeel zijn ingevuld. Dit wordt ingericht met een generieke conditie in het berichtschema.
  • Leningdeel/DuurInMnd blijft een verplicht veld. Op het moment van een aanvraag komen duur in maanden en, indien aanwezig, einddatum met elkaar overeen. d.d. November 2018: NHG stelt duur in maanden ook nog verplicht bij de inkomenstoets. Zodoende is deze informatie nodig. Het optioneel maken van deze duur in maanden heeft impact op de keten. Omdat niet helder is wat deze impact is, kiest de werkgroep ervoor de einddatum additioneel toe te voegen op duur in maanden en de huidige inrichting niet te wijzigen.
  • De velden in het statusmelding bericht (SX) blijven ongewijzigd. DuurInMnd blijft verplicht en EindDtLeningdeel wordt niet toegevoegd. Hierbij geldt dat onduidelijk is welke gegevens uit de statusmelding door adviespakketten worden overgenomen. Dit vraagstuk valt hier buiten scope.

 

Fiscale aftrekbaarheid van hypothecaire leningen

Per leningdeel wordt opgegeven in welke mate het geleende bedrag aftrekbaar is bij de belastingdienst. Met de waardenlijst BelastingBox wordt aangegeven in welke belastingbox het bedrag van het leningdeel valt. Per HDN 19 is de ketenafspraak als volgt:

1. Wanneer het leningdeel bedrag geheel fiscaal aftrekbaar is bij de belasting, wordt belastingbox ‘box 1’ opgegeven. Er wordt geen ConsumptiefBedrag opgegeven (en is dus null).

2. Wanneer het leningdeel bedrag geheel niet fiscaal aftrekbaar is, wordt belastingbox ‘box 3’ opgegeven. Het bedrag wat niet fiscaal aftrekbaar is, wordt opgegeven in ConsumptiefBedrag. In dit geval is LeningDeelBedrag en ConsumptiefBedrag gelijk aan elkaar.

3. Wanneer het leningdeel bedrag deels fiscaal aftrekbaar is, wordt ‘box 1 / box 3’ opgegeven. Het bedrag wat niet fiscaal aftrekbaar is, wordt opgegeven in ConsumptiefBedrag.

Per HDN 19 komt het veld PctConsumptief in LeningDeel te vervallen. Dit veld is redundant aan het veld ConsumptiefBedrag.